Wet normering topinkomens niet meer serieus te nemen

Topfunctionarissen in de (semi)publieke sector mogen nu niet meer verdienen dan 130% van het salaris van een minister. Onlangs heeft het kabinet bij de Tweede Kamer een wetsvoorstel ingediend dat onder andere deze norm aanscherpt tot maximaal 100% van het ministersalaris. Aan de andere kant heeft minister Plasterk vanaf 1 juli de deur wagenwijd opengezet om salariscomponenten buiten de normering van topinkomens te houden. Dat is niet alleen opmerkelijk, maar bovenal zeer onwenselijk.

Werkgevers die de nieuwe werkkostenregeling (WKR) toepassen – vanaf 1 januari 2015 verplicht – hebben nu een WKR-budget van 1,5% van de fiscale loonsom om het personeel belastingvrij te belonen. Dit budget komt bovenop een aantal zogenoemde gerichte vrijstellingen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de onbelaste reiskostenvergoeding van €0,19 cent per kilometer. Als het WKR-budget vol is, kan de werkgever desgewenst daar bovenop gebruikelijke loonbestanddelen aanwijzen als werkkosten en de belastingheffing voor zijn rekening nemen. De werkgever draagt dan via een eindheffing 80% belasting af aan de Belastingdienst. Dat klinkt als een astronomisch tarief, maar is dat niet. De 80%-eindheffing betreft een zogenoemd gebruteerd tarief en staat min of meer gelijk met een belastingheffing bij de werknemer van 44%. Nu ons toptarief in de inkomstenbelasting 52% bedraagt vanaf een belastbaar inkomen van €56.532, kan de route van 80%-eindheffing bij de beloning van hoger betaalde werknemers erg interessant zijn. Het gebruteerde tarief van  het toptarief van 52% is namelijk 108,3% (52 : 48 x 100%). Past de werkgever voor werknemers in deze inkomenscategorie de werkkostenregeling toe, dan bespaart hij 28,3%. Belastingadviseurs draaien dit najaar overuren om de werkkostenregeling tijdig bij werkgevend Nederland geïmplementeerd te krijgen en kunnen u er alles over vertellen.

Ik beperk me hier tot de misstap van minister Plasterk om het netto ‘werkkostenloon’ per 1 juli van dit jaar uit te sluiten van het bezoldigingsbegrip van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Dat is gebeurd via een ‘technische verbetering’ van de Regeling bezoldigingscomponenten WNT. Daarin valt te lezen dat beoogd is alle vergoedingen en verstrekkingen die via de werkkostenregeling tot het eindheffingsloon zijn gerekend uit te sluiten van het bezoldigingsbegrip. Een topfunctionaris in de (semi)publieke sector die een gebruikelijke bonus, eindejaarsuitkering of bijvoorbeeld pensioencompensatie voor de €100.000 aftopping per 1-1-2015 krijgt, welke beloning de werkgever als netto werkkosten aanwijst, ziet deze beloning niet meer terug in de jaarlijkse lijstjes van grootverdieners van onder andere zorginstellingen en woningbouwcorporaties. Met dank aan minister Plasterk kunnen werkgevers in de (semi)publieke sector nu niet alleen belastingvriendelijk gebruik maken van de werkkostenregeling, maar hun topfunctionarissen ook boven de ‘Balkenende-norm’ (blijven) belonen, zonder dat u of ik dat merken. De WNT-norm aanscherpen tot maximaal 100% van het ministersalaris is nu een farce geworden en hoeft niet meer. Al wordt het 50%, minister Plasterk heeft met een ogenschijnlijke kleine ‘technische verbetering’ een streep gezet door de geloofwaardigheid van de Wet normering topinkomens. Die is niet meer serieus te nemen.

Of wordt Ronald Plasterk geholpen door zijn mede-bewindsman, staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes? Het gerucht gaat dat de vrije werkkostenruimte – of bij overschrijding maar 80% belasting betalen in plaats van 108.3% – voortaan niet ‘zo maar’ kan worden benut voor het belastingvrij uitkeren van netto bonussen, netto-eindejaarsuitkeringen en alle andere netto vergoedingen en verstrekkingen. Er wordt een bedrag genoemd van maximaal €200 per maand en €2.400 per jaar. Hogere vergoedingen zouden dan altijd via de individuele loonstrook fiscaal moeten worden verantwoord. En dan zijn die vergoedingen wél WNT-loon. Op Prinsjesdag 2014 weten we meer.

Hoe het ook zij, Plasterk heeft een scheve WNT-schaats gereden. Met de fiscale werkkostenregeling kunnen topfunctionarissen in ieder geval tot en met 2014 gebruikelijke beloningen buiten het WNT-toetsloon houden. Met een belastingbesparing van 28,3%! De wereld op zijn kop.

Michael Visser
Werkzaam bij het Fiscaal Instituut van Tilburg University en eigenaar van Pensioen GeMi

P.s. voor media die interesse hebben bovenstaande bijdrage bijvoorbeeld als opinie op te nemen, voelt u zich vrij! (een bericht daarvan wordt op prijs gesteld: m.r.visser@uvt.nl) En als u minister Plasterk toch spreekt, wellicht even vragen naar de stand van zaken rond het prehistorische pensioen van politici

Update: 24 september 2014 zijn de Kamervragen naar aanleiding van dit blog beantwoord. Dat er behoefte blijkt aan aanscherping blijkt uit Memorie van Antwoord bij Belastingplan 2015 (p. 19/20). ‘De wijze waarop de aanscherping bij voorkeur invulling moet krijgen, wordt nader onderzocht. Het streven is om de noodzakelijke wetswijzigingen op te nemen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2015 dat ik in het eerste kwartaal van 2015 aan het parlement ter goedkeuring zal voorleggen.’ Tja.

Share