Tijd voor politiek pensioen, minister Plasterk?

Vandaag is een belangrijke dag voor minister Ronald Plasterk. Heeft hij de Kamer onjuist en onvolledig geïnformeerd over 1,8 miljoen records metadata? Daar lijkt het op, als ik de berichtgeving in diverse media mag geloven. Houdt hij (desondanks) voldoende vertrouwen van de Tweede Kamer om aan te blijven als minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties? Of is het tijd voor zijn politiek pensioen?

Als deze minister af moet treden, of de eer aan zichzelf houdt, dan heeft hij recht op wachtgeld en gedurende die periode ‘gratis’ voortgezette pensioenopbouw. Niet zoals bij voormalig Tweede Kamerlid Kathleen Ferrier (CDA) mogelijk tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, maar voor maximaal 3 jaar en 2 maanden. Plasterk komt volgens mij niet voor de voortgezette uitkering in aanmerking, die maximaal 10 jaar voorafgaande aan de pensioengerechtigde leeftijd wordt verstrekt. Dan dient hij namelijk in het tijdvak van 12 jaren dat direct aan het ontslag of aftreden voorafgaat, ten minste 10 jaar een zogenoemde Appa-functie te hebben bekleed (zie art. 7, lid 3 Wet Appa). Appa staat hier voor Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers. Het gaat dan om functies als wethouder, gedeputeerde, Tweede Kamerlid, staatssecretaris of minister. Uit het CV van Plasterk maak ik op dat hij vooralsnog niet voldoet aan de 10-uit-12-jaren-eis.

Er ligt overigens een wetsvoorstel van zijn hand klaar (Plasterk is naast NSA praktijken ook eerstverantwoordelijke voor de politieke Appa pensioenwet) om de voortgezette uitkering van 10 jaar terug te brengen naar 5 jaar. De ingangsleeftijd voor de voortgezette uitkering komt dan op maximaal 5 jaren vóór de pensioengerechtigde leeftijd te liggen. De consultatie is inmiddels gesloten, het lijkt een kwestie van tijd dat dit wetsvoorstel naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Misschien wel begin maart, net voor de gemeenteraadsverkiezingen of zo?

Maar bij het Appa weet je het nooit. Het prehistorisch pensioen van politici is al jaren aan hervorming toe. Ik schreef er op deze website eerder enkele blogs over en een uitgebreider artikel in Pensioen Magazine. Gelukkig heeft minister Plasterk vorig jaar de handschoen opgepakt en een flinke stap in de goede richting gezet. De Tweede en Eerste Kamer hebben met algemene stemmen ingestemd met een wetsvoorstel dat de politieke pensioenopbouw meer in lijn brengt met dat van ambtenaren bij het ABP. Zelfs een kortingsmaatregel (met terugwerkende kracht!) werd niet geschuwd. Maar mede door de politiek zelf geïntroduceerde nieuwe rekenrentesystematiek (de UFR), heeft het ABP kunnen besluiten de korting weer ongedaan te maken. De dekkingsgraad bedroeg 31-12-2013 namelijk 105,9% (in plaats van 104,1% op basis van marktrente zonder UFR en 3-maandsmiddeling). En het Appa volgt hier het ABP. Ministers Hennis en Plasterk kunnen hun pensioenkorting dus weer doorstrepen. Wiegel, Kok en Van Agt zien vanaf april weer wat meer pensioen bijgeschreven op hun bankrekening. Nu de ABP dekkingsgraad boven de kritische grens van 104,2% staat (of stond?), kan ook de langverwachte kabinetsreactie over fondsvorming van de politieke pensioenen doorkomen (jaarverslag ministerie BZK 2010: “Het opstellen van het kabinetsstandpunt naar aanleiding van de adviezen van de commissie Dijkstal over fondsvorming en modernisering politieke pensioenen is vanwege de te lage dekkingsgraad bij het ABP vooralsnog aangehouden.”). Het is inmiddels ruim 7 jaar geleden dat de commissie Dijkstal advies uitbracht om de politieke pensioenen te moderniseren en net als bij werknemers en ambtenaren extern onder te brengen. Het ABP ligt dan voor de hand. Ik ben vooral benieuwd naar de financiering bij gemeenten en provincies voor de pensioenen van hun (ex-)wethouders en gedeputeerden. Het onderzoek dat Deloitte uitvoerde, moet inzicht geven of er – kort door de bocht – voldoende is gespaard. Dat onderzoek ligt overigens ook al ruim een half jaar op de plank, als ik de persoonlijke brief van de minister aan Remco Oosterveld  goed interpreteer (die maakte hij gisteren via zijn account @TreQant openbaar: https://twitter.com/TreQant/status/432966530532253696/photo/1). Waarom duurt dit zo lang? Koopt de minister tijd voor sommige gemeenten/provincies om orde op zaken te stellen rond hun pensioenvoorzieningen?

Nog even terug naar het nieuwe (consultatie) wetsvoorstel Wet aanpassing duur voortgezette uitkering Appa. Plasterk geeft in de Memorie van toelichting aan dat de regering een grens wil trekken met betrekking tot het beperken van dergelijke voorzieningen voor politieke ambtsdragers. Bij een verdere verkorting van de uitkeringsduur zou het eigenstandige karakter van de uitkeringsvoorziening van politieke ambtsdragers volgens het kabinet aangetast kunnen worden. Met de aanpassing naar 5 jaar is het kabinet van mening dat er een ‘kritische ondergrens wordt bereikt’. Ik kan me daar best iets bij voorstellen. Overigens verwacht ik dat met de continuering van de 10-uit-12-jaren-eis en het automatisch optrekken van de pensioengerechtigde leeftijd in de toekomst steeds minder politici in aanmerking zullen komen voor deze in mijn ogen nog altijd ruimhartige regeling. Ik hoop in ieder geval dat politici nog wel hun ‘gratis’ – u en ik betalen uiteraard – voortgezette pensioenopbouw gedurende de wachtgeldperiode ter discussie durven stellen. Die opbouw bedraagt tot drie jaren en twee maanden het percentage dat voor overheidswernemers bij ABP geldt, daarna de helft (zie art. 13c Wet Appa -> ABP 2014: 1,95%). Gewone werknemers en ambtenaren kenden de zogenoemde FVP-regeling. Vanaf 1 januari 2011 is de instroom in de FVP-regeling echter beëindigd. Dit betekent concreet dat werknemers van 40 jaar of ouder die op of na 1 januari 2011 WW gerechtigd worden, niet meer in aanmerking komen voor een FVP bijdrage (doorbetaling van de pensioenpremie gedurende werkloosheid). Plasterk geeft in de Memorie van toelichting zelf aan dat het eigen uitkeringsregime voor politieke ambtsdragers ‘periodiek moet worden geijkt  aan wat maatschappelijk gezien gebruikelijk is’. Hoe gebruikelijk is een ‘gratis’ voortzetting van de pensioenopbouw in tijd van (politieke) werkloosheid nog? Een debat daarover lijkt me toch het minste dat mag worden verwacht. Maar politici zelf blijven vooralsnog oorverdovend stil.

Kortom: tijd om het politieke pensioendossier snel weer op de agenda te zetten. Liever vandaag, dan morgen.

Update 30 juni: op 23 mei 2014 is het wetsvoorstel Wet aanpassing duur voortgezette uitkering stilletjes naar de Tweede Kamer gestuurd. Minister Plasterk heeft de Kamer verzocht het wetsvoorstel spoedig te behandelen, gezien de koppeling met de aftopping tot 100.000 euro van het pensioengevend salaris die per 1-1-2015 moet gaan gelden. Het verslag van de eerste vergadering met vragen van de diverse Tweede Kamerfracties is op 30 juni 2014 gepubliceerd. Alle documenten vindt u hier.

Update 8 september: lezenswaardige Nota naar aanleiding van het verslag met gedegen beantwoording van gestelde vragen. Als service heb ik mijn gedachten voor aanvullende vragen op papier gezet. Politici, doe er uw voordeel mee!

Update 26 november: eindelijk wat aandacht (in de media) voor het prehistorische pensioen van politici. Pensioen Pro WOBt met succes Deloitte onderzoek (inlog) http://pensioenpro.fd.nl/nieuws/232960-1411/waarom-de-financiering-van-het-pensioen-van-politici-al-tien-jaar-op-hervorming-wacht, in de Volkskrant http://www.volkskrant.nl/politiek/pensioenpot-gemeenten-komt-half-miljard-tekort~a3788243/, Kamervragen van Henk Krol (50plus) http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2014/11/21/beantwoording-kamervragen-over-berichten-over-pensioenpot-van-gemeenten.html en op het bureau bij alle politici via Binnenlands Bestuur (scan artikel Wilma van Hoeflaken met wat quotes hier)!

Update 6 februari 2015: Het pensioen van onze minister president is niet wat het lijkt (Pensioen Magazine feb 2015) integrale artikel in PDF

Share