Zwaar belaste pensioendiscussie

Wie had dat ooit gedacht. Pensioen en belasting samen volop in de schijnwerpers. In de wereld van pensioen is het de laatste jaren bijna iedere dag wel feest. Het ene wetsvoorstel na het andere passeert de revue, we wandelen van pensioenakkoord naar pensioenakkoord. De burger was het pensioenspoor helaas al wat langer bijster. Voor wat perspectief kan hij zich beter gaan richten op zijn eigen Pensioenschijf van Vijf. Meer keuzevrijheid, eigendomsrecht en een pensioen à la carte komt vanzelf… (weet u trouwens welke vooraanstaande wetenschapper in 1992 al een lans brak voor het beschikbare premiestelsel? Lees het hier!)

Belastingwetgeving kent zogenoemde vaste verandermomenten. Traditiegetrouw levert het op Prinsjesdag te presenteren Belastingplan het meeste nieuws op. Soms fietst er een crisistaks tussendoor of laait de discussie over een vlaktaks of een vettaks weer even op. Als de vakgebieden pensioen en belasting samen komen, is het echt smullen geblazen. Vooral voor de vakidioten natuurlijk.

Zo wordt op dit moment het wetsvoorstel Wet verlaging maximum opbouw- en premiepercentages pensioenen en maximering pensioengevend inkomen behandeld in de Tweede Kamer (met maandag 24 juni een belangrijk wetgevingsoverleg). Kort en krachtig: belastingvriendelijk pensioen opbouwen wordt voor de toekomst over de hele linie aanzienlijk verminderd. Daarnaast wordt het pensioengevend inkomen waarover nog via de omkeerregel (premie aftrekbaar, uitkering belast) pensioen mag worden opgebouwd vanaf 2015 gemaximeerd op € 100.000. Sociale partners hebben daar een gedrocht van een netto pensioenspaarvariant bij bedacht. De FNV lobbyde afgelopen vrijdag zelfs tegen haar eigen plan! Bij het lezen van de term optoppingsouderdomspensioenexedentregelingen springen de tranen je in de ogen. Slim bedacht van de sectie wetgeving bij Financiën? Zo’n scrabblewoord (ik begreep via Twitter dat het 71-punten is excl. bonus – dank Ed Westerhout), dat zal de Kamer er toch niet door laten komen? Kritiek op deze plannen – gelukkig op vormgeving en inhoud – is er in overvloed. Ik sluit me daar graag bij aan (gelezen en ongelezen: hier, hier, hier, … met als toetje de Raad van State). In versobering van de maximale pensioenopbouw kan ik me overigens best vinden. Wel in een eerlijker aanvullend pensioenstelsel natuurlijk. Nieuwe generaties leven langer en kunnen dus ook langer doorwerken, al dan niet in deeltijd. We moeten op zoek naar een betere balans tussen werkzame- en pensioenjaren. Het aardige is dat ook een substantieel deel van de ouderen nu graag (in deeltijd) zou doorwerken (en dat soms ook al doet). Daarvoor zijn allerlei (sociale) motieven. Belangrijk: graag onder eigen voorwaarden (zie rapport Grijs is niet Zwart Wit).

Over de versobering door verlaging van het FISCALE opbouwpercentage van pensioen nog een paar opmerkingen. Allereerst lijkt het nu net of we van 2,25% opbouw bij middelloonregeling naar 1,75% zouden gaan. De praktijk laat zien dat veel werknemers al deelnemen in een pensioenregeling met een opbouwpercentage lager dan 2%. Zie hier de cijfers van DNB voor regelingen bij pensioenfondsen en verzekeraars (met daarbij de kanttekening dat daar bij verzekeraars waarschijnlijk ook kleine excedentregelingen in zijn meegenomen en dat een opbouwpercentage sec nog niet alles zegt over de kwaliteit van de pensioenregeling). Waar blijft die (uitwerking van de) pensioenvergelijker van de AFM eigenlijk? Dan kan ik eindelijk de kwaliteit van mijn ABP pensioenregeling vergelijken met die van de hoogleraar bij mij verder op de gang. Die altijd zo vriendelijk naar me lacht. Die met die ruimhartige ABP overgangsregeling (VPL) ja…

Niet vreemd, wetgevingstechnisch bijzonder, is dat Weekers het wetsvoorstel versobering pensioenopbouw en het sociale scrabble pensioenwetsvoorstel last minute nog heeft gesplitst. Het tweede is dan makkelijker af te schieten in de Kamer, zo is mijn verwachting. De argumenten om de door sociale partners vormgegeven netto pensioenspaarregeling toch echt niet in te voeren, kennen we. Maar zijn er netto alternatieven? Natuurlijk! (zie bijvoorbeeld p. 36-39 ‘Pensioen ZZP-er is niet zo bijzonder’). Maar onderzoek die aub wat langer dan 1,5 maand, zelfs een ‘beproefd recept’ zoals bijvoorbeeld herinvoering van de oudedagsvrijstelling.

Netto pensioensparen kan veel eenvoudiger. In de Pensioenschijf van 5 filosofie bijvoorbeeld door je hypotheek af te lossen of gewoon boven het belastingvriendelijk te sparen pensioen via de werkgever zelf te gaan sparen of beleggen (in Box 3 van de inkomstenbelasting). Daar moet je misschien niet allemaal ingewikkelde etiketten op willen plakken. Als je dit in enige vorm als overheid wilt faciliteren, dan kan dat natuurlijk. Maar met het besef: tot in detail labellen kost pensioengeld in de uitvoering en communicatie (wel goed voor een banenplan bij de Belastingdienst trouwens)! Mijn advies: neem dit onderdeel (die 250 miljoen ‘netto pensioen’ zeg maar) mee naar het najaar als er een brede discussie komt naar de toekomst van ons pensioenstelsel. Zet ook maar vast een diepgaand (internationaal) onderzoek uit naar de afschaffing van de omkeerregel (op termijn) en alternatieven (gedeeltelijke heffing op het niveau van pensioenuitvoerders bijvoorbeeld). Belastingheffing op pensioen zou over een aantal jaar zo maar eens tot de nieuwe verwachtingskloof bij grote groepen pensioendeelnemers kunnen leiden. Daarover meer in één van mijn volgende blogs.

Michael Visser

Share