Politiek Pensioen: nu met Plasterk(e) Paaskorting!

Na lang wachten is 5 maart eindelijk het geheime wetsvoorstel dat gaat over de pensioenen van politici openbaar geworden. Laat ik beginnen Ronald Plasterk als eerstverantwoordelijke minister (BZK) te complimenteren met zijn wetsvoorstel. Het is juridisch kundig vormgegeven en ademt vooral de sfeer van versobering. Dat laatste is naar mijn mening belangrijk om het vertrouwen van burgers in de politiek en pensioensector terug te verdienen. In mindere mate zie ik de gewenste modernisering in het wetsvoorstel terugkomen. De wankele fundamenten van het politieke pensioen blijven voorlopig bestaan, namelijk de versnipperde (niet transparante!) uitvoering via meer dan 400 overheidslichamen en het feit dat het politieke pensioen niet extern hoeft te worden ondergebracht (de zogenoemde fondsvorming). Ik schreef er in november 2012 uitgebreider over in PensioenMagazine.

Dat het ‘definitieve kabinetsstandpunt met betrekking tot fondsvorming momenteel wordt voorbereid’ – bijna 7 jaar na het advies van de commissie Dijkstal – biedt enige hoop. Bij de ontvangst van het advies nam de minister van BZK het advies voor fondsfinanciering in grote lijnen over. Daarbij is toen benadrukt dat de financiële en juridische overgangscondities nog verder moesten worden uitgewerkt. Blijkbaar vindt het kabinet de tijd na bijna 7 jaar rijp om de financiële aspecten eerst maar eens in beeld te brengen. Daartoe wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door Deloitte Pension Advisory B.V. Het onderzoeksdoel is een volledig overzicht per bestuursorgaan (provincies, gemeenten en waterschappen) van enerzijds de omvang van de aanspraken per doelgroep (actieven, gepensioneerden en slapers) en anderzijds de aard en omvang van de getroffen voorzieningen door de bestuursorganen. De vervolgvraag is dan of de getroffen voorziening passend en toereikend is in het licht van de aanspraken. De onderzoeksresultaten worden geanonimiseerd en zijn niet terug te herleiden tot de individuele gemeente, provincie of waterschap, valt te lezen in de brief aan onder meer colleges van Burgemeester en Wethouders. Men zal toch niets te verbergen hebben?

Ik verwacht niet dat bestaande pensioenaanspraken van ministers, staatssecretarissen, Tweede Kamerleden, wethouders, gedeputeerden et cetera op korte termijn extern bij één uitvoerder zullen worden ondergebracht (bijvoorbeeld bij het ABP). Als er niet of onvoldoende is gespaard of voorzien, zal directe affinanciering van de pensioenaanspraken voor het verleden zeker in deze tijden zwaar drukken op bijvoorbeeld de gemeente/provincie kas. Ik wacht het onderzoek van Deloitte met belangstelling af. De circulaire van het ministerie van BZK van 16 januari 2012 voorspelt niet veel goeds. Daarin valt te lezen dat het voorkomt dat niet alle aanwezige pensioenverplichtingen door de overheidsorganisaties worden afgedekt. Er wordt nadrukkelijk op gewezen dat de huidige lage rekenrente ertoe kan leiden dat moet worden bijgestort om de verplichtingen af te dekken. Tot slot doet de directeur Arbeidszaken Publieke Sector namens de minister van BZK een ‘dringende oproep’ aan overheidsorganisaties als gemeenten en provincies die geen toereikende of zelfs helemaal geen wettelijk vereiste voorziening hebben getroffen, om ‘alsnog een passende en toereikende voorziening te treffen voor toekomstige waardeoverdrachten’.

Op 11 april start de behandeling van het wetsvoorstel ‘Wet aanpassing pensioenleeftijd Appa’ in de Tweede Kamer. In eerste aanleg via een besloten commissievergadering BZK. De Tweede Kamer staat bij de behandeling van het wetsvoorstel straks voor vele dilemma’s. Zijdelings komen allerlei pensioendossiers op tafel waarover Kamerleden – voor het pensioen van de rest van Nederland – al eerder stelling hebben ingenomen. Nu gaat het echter over de eigen pensioenregeling en die van (gepensioneerde) collega politici in het land. Actueel is natuurlijk het korten op de pensioenen. Vandaag op 1 april is de pensioenkorting voor miljoenen Nederlanders formeel een feit (geen grap!). In deze Mattermap (complimenten aan de bedenkers en makers van dit nieuwe initiatief) heb ik verschillende meningen en argumenten – ook van een aantal politieke partijen – in beeld proberen te brengen. Partijen die met slappe argumenten fel tegen pensioenkortingen pleiten, zouden de boomerang bij de behandeling van het wetsvoorstel over het eigen pensioen wel eens terug kunnen krijgen. Probeert men zelf de kortingsdans te ontspringen? Ik verwacht een debat op het scherpst van de pensioensnede.

Het krachtenveld buiten de Kamer is daarbij lastig te managen. Stel nu eens dat bijvoorbeeld een oud-staatssecretaris van Financiën en/of voormalig Tweede Kamerlid aankondigt de aantasting van zijn pensioenrechten juridisch te gaan aanvechten tot de hoogste rechter. Welke impact zou zoiets hebben (op het proces)? Kun je dat vergelijken met een aankondiging zoals de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Organisaties van Gepensioneerden (NVOG)  – de heer Martin van Rooijen – dat eerder deed?

‘Anders dan voor kortingen bij pensioenfondsen is er in de pensioenwet voor politici geen wettelijke basis’, zo valt te lezen in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel Wet aanpassing pensioenleeftijd Appa (p. 21). Waarom een pensioenkorting toch gerechtvaardigd zou zijn, wordt door Plasterk gemotiveerd: ‘De regeling van de verlaging strekt er toe om politieke ambtsdragers in dit verband niet in een bevoorrechte positie te plaatsen ten opzicht van overheidswerknemers. Door de regeling van de verlaging op dezelfde leest te schoeien als die bij overheidswerknemers, wordt van de politieke ambtsdragers een evenwichtige bijdrage gevraagd aan een versobering van de pensioenen, die ook elders in de maatschappij noodzakelijk blijkt. Als een dergelijke ingreep in de pensioenaanspraken en pensioenen van velen noodzakelijk is en deze zou achterwege blijven bij politieke ambtsdragers, zou dat een ernstige aantasting van de acceptatie van de noodzakelijke pensioenmaatregelen met zich brengen. De in dit wetsvoorstel opgenomen mogelijkheid tot verlaging van pensioenaanspraken en pensioenen van politieke ambtsdragers heeft daarmee een betekenis die veel breder is dan de gevolgen voor deze ambtsdragers alleen.’

Ik vind dit een krachtig signaal van minister Plasterk namens de regering. De vraag of de aantasting van pensioenaanspraken met deze motivering stand houdt voor een rechter is er een van andere orde. Plasterk (en zijn voorgangers) kan daarbij op zijn minst worden aangesproken over het invoeringstraject van deze wetgeving. Die is rijkelijk laat. Deze passage in het jaarverslag 2010 van het Ministerie van BZK spreekt boekdelen over het uitstelgedrag: “Het opstellen van het kabinetsstandpunt naar aanleiding van de adviezen van de commissie Dijkstal over fondsvorming en modernisering politieke pensioenen is vanwege de te lage dekkingsgraad bij het ABP vooralsnog aangehouden.”

Hopelijk hebben Wiegel, Van Agt en Kok zich vandaag een beetje kunnen inhouden op de meubelboulevards met al die kortingsacties. Straks 0,5% van de per 1 april 2013 uitbetaalde pensioenuitkering terugstorten in de schatkist kan nog best een kostbaar grapje blijken. Heeft iemand hen eigenlijk al geïnformeerd? Morgen maar doen, ze zullen het vandaag vast niet geloven.

Michael Visser

NB. Na het verschijnen van dit blog blijkt uit deze Nota van Minister Plasterk (BZK) dat gepensioneerde politici hun pensioenkorting – anders dan actieve politici – niet met terugwerkende kracht hoeven terug te betalen. Gepensioneerde rijksambtenaren sinds april 2013 maandelijks laten inleveren, maar de heren Wiegel, Kok en van Agt ontzien? Is dat evenwichtig? Ons parlement vindt blijkbaar van wel. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel met algemene stemmen aangenomen (waarvoor overigens hulde; stap in de goede richting!).

Buiten Plasterks Paaskorting op de pensioenen van politici biedt het wetsvoorstel Appa en de mogelijke overgang naar fondsfinanciering veel meer stof voor discussie. Uiteraard houd ik u op de hoogte van de ontwikkelingen (onder andere via Twitter: @Pensioenschijf).

Share