Van Pensioenakkoord, Prinsjesdag en de dingen die voorbij gaan

Het november nummer van Pensioen Magazine ligt al weer eventjes op de mat bij abonnees. In dit nummer bespreek ik in mijn varia artikel een aantal vergankelijke (pensioen)zaken (het artikel Van Pensioenakkoord, Prinsjesdag en de dingen die voorbij gaan is nu ook voor u beschikbaar). Onder andere de doorwerkbonus, de levensloopregeling en het spaarloon passeren de revue. Maar ook de verlenging van de fiscale termijn van de vrijwillige voortzetting. Ik grijp hier de gelegenheid aan om op twee zaken nog een aanvulling en nuance te geven.

Allereerst het spaarloon. Ik spreek in mijn artikel het vermoeden uit dat de staatssecretaris van Financiën (Frans Weekers) ‘best wel eens gelijk kan hebben’ als hij eind oktober 2011 aangeeft ‘geen grote spaarloonvlucht te voorzien en gevolgen voor de staatskas’. Maar wat is een grote spaarloonvlucht? Naar nu blijkt, zijn er naar schatting al meer dan 120.000 extra spaarloonrekeningen geopend. Is dat veel? Op een totaal van ruim 2 miljoen rekeningen vind ik van niet. Dat neemt niet weg dat een fiscaal douceurtje van ruim 20 miljoen een vrij riant kerstcadeau is van een overheid in crisistijd. Staatssecretaris Weekers speelt het spel politiek slim. Allereerst legt hij de bal terug bij de Kamer als het gaat om hoe veel geld dit de staatskas mag kosten en wanneer hij moet ingrijpen. Geen enkele politicus heeft natuurlijk het lef om het spaarloon kerstcadeau nu terug te draaien. Daarnaast wijst hij erop dat banken de spaarloonroute administratief (nagenoeg) dicht zullen zetten (met of zonder politieke druk?!). Maar er blijkt een ‘sluiproute’ te zijn. Theo van Schendel (Ernst & Young) legt via de Telegraaf nog even uit dat een spaarloonregeling ook in eigen beheer kan worden gehouden. Naar mijn mening terecht. Uiteraard moet aan alle wettelijke voorwaarden worden voldaan (oa spaarloonreglement), en kost het de werkgever 25% eindheffing, maar het blijft een relatief eenvoudig te bewerkstelligen kerstcadeau. Ik ben bang dat ik mijn vermoeden wat zal moeten bijstellen. Dit gaat de staatskas toch nog enkele miljoenen extra kosten.

Als tweede wil ik nog een oproep doen aan onze senaat, als het gaat om de verlenging van de termijn van de fiscale faciliëring van vrijwillige voortzetting van 3 naar 10 jaar. In mijn artikel refereer ik aan de brief van (voormalig) staatssecretaris van Financiën De Jager en (voormalig) minister van SZW Donner van 7 september 2007. Daarin valt oa het volgende te lezen: ”De voor alle ex-werknemers geldende mogelijkheid van vrijwillige voortzetting is (alleen) voor werknemers die aansluitend aan hun deelname als werknemer starten als IB-ondernemer, bij amendement uitgebreid van drie naar tien jaar. Tegemoetkomen aan het verzoek van de Tweede Kamer om deze verruiming van de termijn naar 10 jaar naar de fiscaliteit door te trekken is onverenigbaar met het uitgangspunt van gelijke behandeling.” Jammer dat de Tweede Kamer staatssecretaris Weekers van Financiën niet heeft gevraagd te motiveren waarom deze gelijke behandeling nu ineens wel verenigbaar zou zijn. Mijn hoop is nog gevestigd op verstandige senatoren die gelijke behandelingswetgeving hoog in het vaandel hebben. Snoeien in het woud aan pensioen- en belastingregels op de vierkante millimeter is dan een mooie bijkomstigheid.

Michael Visser

Share